Marpol Services B.V.
Trawlerkade 53
1976 CB IJmuiden
T: +31 (0)255 525 051
F: +31 (0)255 540 508
Voorwaarden

Algemene voorwaarden voor het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen
December 2008, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te ‘s-Gravenhage onder nr 101/2008

ARTIKEL 1-DEFINITIES
• Ontvangstvoorziening: de rechtspersoon die op grond van een vergunning verleend krachtens de Wet Milieubeheer en/of de Wet voorkoming verontreiniging door schepen bevoegd is scheepsafvalstoffen in ontvangst te nemen, dan wel op grond van een overheidsbeslissing gelijkwaardig bevoegd is.
• Aanbieder: degene die zich van scheepsafvalstoffen ontdoet/ wenst te doen/moet ontdoen door afgifte aan een ontvangstvoorziening dan wel zijn vertegenwoordiger.
• Nader onderzoek: een onderzoek, zoals een fysische of chemische analyse, om na te gaan of de in ontvangst te nemen/in ontvangst genomen scheepsafvalstoffen stoffen aanwezig zijn boven het in artikel 3 omschreven toegelaten gehalte.
• Schip: elk vaartuig, van welk type ook, waaronder begrepen draagvleugelboten, luchtkussenvoertuigen, afzinkbare vaartuigen en drijvend materieel, alsmede installaties gedurende de tijd dat zij drijven.
• Scheepsafvalstoffen: afvalstoffen afkomstig van schepen voorzover ontstaan in verband met de bedrijfsvoering van die schepen.
• S-formulier: het krachtens de Wet milieubeheer voorgeschreven en tussen ontvangstinrichting en aanbieder opgemaakte en ondertekende formulier voor de afgifte van (gevaarlijke) afvalstoffen die aan boord van schepen zijn ontstaan dan wel een ander van overheidswege vastgesteld (elektronisch) formulier voor de overdracht van scheepsafvalstoffen.
• Partij: een hoeveelheid scheepsafvalstoffen afkomstig van één ontdoener die uit het oogpunt van haar (deel-)proces van oorsprong, aard, eigenschappen en samenstelling èn uit het oogpunt van haar wijze van opslag bij de ontdoener als eenheid wordt beschouwd.


ARTIKEL 2-TOEPASSELIJKHEID
2.1 Deze voorwaarden voor het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen gelden voor iedere aanbieding van de ontvangstvoorziening tot het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen en zijn van toepassing op iedere overeenkomst tussen de ontvangstvoorziening en de aanbieder en/of opdracht aan de ontvangstvoorziening.
2.2 In afwijking van het bepaalde in artikel 6:225 lid 3 Burgerlijk Wetboek is gebruiker van deze voorwaarden niet gebonden aan in de aanvaarding door de wederpartij voorkomende afwijkingen van gebruikers aanbod.

ARTIKEL 3-SAMENSTELLING SCHEEPSAFVALSTOFFEN
3.1 Scheepsafvalstoffen dienen aan de volgende eisen te voldoen:
• Ruwe aardolie en/of geraffineerd olieproduct houdend afval uit de machinekamer en/of brandstoftanks en Ruwe aardolie en/of geraffineerd olieproducthoudend afval van de lading:
• CZV in water< 2000mg O/ltr
• Sediment < 1 %
• Chloride in water < 15000 mg CL/ltr (niveau Noordzeewater)
• Extraheerbare organische halogenen in water (EOX) < 10 mg CL/ltr
• Totale organische halogenen in water (EOX+VOX) < 50 mg X/ltr
• Totale organische halogenen in olie (TOX) < 1000mg X/kg
• Zwavel in olie (S) < 1,6 %
• SG < 1
• Vlampunt oliefractie > 55 °C
• Waterfractie biologisch afbreekbaar
• Geen zware metalen
• Geen pesticiden en PCB ’s
• Geen toegevoegde chemicaliën
• Mag geen overmatige stank verspreiden.
• Vloeibare niet ruwe aardolie en/of geraffineerd olieproducthoudende scheepsafvalstoffen van de lading uit ladingruimten en/of tanks:
• Mag niet gemengd zijn met andere (afval)stoffen
• CZV in water< 2000mg O/ltr
• Sediment < 1 %
• Chloride in water , < 15000 mg CL/ltr (niveau Noordzeewater)
• Extraheerbare organische halogenen in water (EOX) < 10 mg CL/ltr
• Totale organische halogenen in water (EOX+VOX) < 50 mg X/ltr
• Totale organische halogenen in olie (TOX) < 1000mg X/kg
• SG < 1
• Waterfractie biologisch afbreekbaar
• Geen zware metalen
• Geen pesticiden en PCB ’s
• Geen toegevoegde chemicaliën
• Mag geen overmatige stank verspreiden.
• Vaste scheepsafvalstoffen van de lading uit ladingruimten en/of tanks
• Moet apart worden aangeboden en mag niet gemengd zijn met andere (afval)stoffen
• Mag geen overmatige stank verspreiden en/of ongedierte bevatten
• Mag geen gevaar opleveren voor zelfontbranding, ontploffing, besmetting en straling.
• Sanitair afval
• Waterfractie moet biologisch afbreekbaar zijn
• Mag niet gemengd zijn met andere (afval)stoffen
• Geen zware metalen
• Geen pesticiden en PCB ’s
• Geen toegevoegde chemicaliën.
• Vuilnis:
• Mag geen gevaarlijke stoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen bevatten
• Mag geen scherpe voorwerpen bevatten
• Mag geen overmatige stank verspreiden en/of ongedierte bevatten
• Mag geen gevaar opleveren voor zelfontbranding, ontploffing, besmetting en straling.
• Klein gevaarlijk afval:
• Mag geen explosieve, etsende, zelfontbrandende, brandende, smeulende en/of radioactieve stoffen bevatten
• Moet apart worden aangeboden en mag niet gemengd zijn met andere (afval)stoffen
• Mag geen overmatige stank verspreiden en/of ongedierte bevatten
• Moet deugdelijk zijn verpakt.
3.2 Als scheepsafvalstoffen mogen geen afvalstoffen worden aangeboden die niet in verband met de normale bedrijfsvoering aan boord van het schip en/of het vervoer van lading zijn ontstaan.
3.3 Voorafgaand aan het in ontvangst nemen dient de aanbieder aan de ontvangstvoorziening een schriftelijke, door hem ondertekende verklaring te verstrekken, waaruit blijkt dat de in ontvangst te nemen scheepsafvalstoffen voldoen aan de in artikel 3.1 en 3.2 omschreven voorwaarden. De aanbieder is tevens verplicht de ontvangstvoorziening uit eigen beweging te informeren over alle omstandigheden, waaronder het gebruik van chemicaliën en/of schoonmaakmiddelen die kunnen leiden tot een afwijkende samenstelling van de scheepsafvalstoffen.
3.4 Indien de aanbieder uitdrukkelijk aangeeft dat er een risico bestaat dat de scheepsafvalstoffen niet aan de vereisten in artikel 3 voldoen, heeft de aanbieder de keuze tussen de volgende mogelijkheden:
a. de aanbieder geeft de ontvangstvoorziening de opdracht om aan de hand van het genomen monster eerst een nader onderzoek uit te voeren;
b. de aanbieder geeft de ontvangstvoorziening opdracht de partij apart in ontvangst te nemen en daarna een nader onderzoek uit te voeren.
3.5 Indien de aanbieder de in artikel 3.3 bedoelde verklaring niet verstrekt dan wel de ontvangstvoorziening sterke aanwijzingen heeft dat de in ontvangst te nemen partij niet aan de vereisten in artikel 3.1 en 3.2 voldoet, neemt de ontvangstvoorziening de partij niet eerder in ontvangst dan nadat uit een nader onderzoek is gebleken dat de partij voldoet aan de vereisten in artikel 3.1 en 3.2. Blijkt uit het nader onderzoek dat de aangeboden partij inderdaad niet voldoet aan de in artikel 3.1 en 3.2 gestelde eisen, doet de ontvangstvoorziening de aanbieder een aanbieding om de partij stoffen apart in te nemen en te (doen) verwerken. De kosten van het nader onderzoek en van het apart in ontvangst nemen en (doen) verwerken komen voor rekening van de aanbieder.
3.6 Indien de ontvangstvoorziening schade leidt doordat de scheepsafvalstoffen niet voldoen aan de vereisten in artikel 3.1 en 3.2 is de aanbieder voor deze schade aansprakelijk.

ARTIKEL 4- TOTSTANDKOMING VAN DE OPDRACHT
4.1 De aanbieder doet schriftelijk, telefonisch, per fax dan wel langs elektronische weg een verzoek tot het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen.
4.2 Indien de vergunning van de ontvangstvoorziening toereikend is voor het in ontvangst nemen van de aangeboden scheepsafvalstoffen en de ontvangstvoorziening beschikt over geëigende ontvangstmiddelen, doet de ontvangstvoorziening een aanbieding tot het in ontvangst nemen van de aangeboden scheepsafvalstoffen. De ontvangstvoorziening kan verlangen dat de aanbieder tevoren een monster en/of analyse van de in ontvangst te nemen scheepsafvalstoffen ter beschikking stelt.
4.3 De aanbieder accepteert de aanbieding door het geven van de opdracht tot in ontvangstname aan de ontvangstvoorziening. Deze opdracht omvat tenminste de scheepsgegevens, tijd, plaats, soort en hoeveelheid en het tarief voor de in ontvangst te nemen scheepsafvalstoffen.
4.4 Indien de aanbieder een opdracht, niet zijnde de geaccepteerde aanbieding als bedoeld in artikel 4.3, schriftelijk, telefonisch, per fax dan wel langs elektronische weg plaatst, komt de overeenkomst eerst tot stand doordat de ontvangstvoorziening deze schriftelijk aanvaardt dan wel een begin maakt met de uitvoering van de inontvangstname maakt.
4.5 De ontvangstvoorziening draagt er voor zorg dat op de in 4.3 bedoelde tijd en plaats geëigende ontvangstmiddelen aanwezig zijn.
4.6 De aanbieder dient ervoor zorg te dragen dat de ontvangstvoorziening op de in 4.3 bedoelde tijd en plaats met de uitvoering van de inontvangstname kan aanvangen. De aanbieder is de ontvangstvoorziening het in de opdracht vastgelegde uurtarief vanaf het in het derde lid bedoelde tijdstip dat nog niet met de uitvoering van de inontvangstname kan worden aangevangen verschuldigd.
4.7 In het geval dat de in ontvangstname niet plaatsvindt, c.q. niet kan plaatsvinden door omstandigheden buiten de schuld van de ontvangstvoorziening is de aanbieder gehouden de door de ontvangstvoorziening gemaakte kosten te vergoeden. 4.8 De ontvangstvoorziening is op elk moment gerechtigd de uitvoering van de inontvangstname te weigeren, dan wel te staken indien niet aan de wettelijke eisen, waaronder de vergunning van de ontvangstvoorziening, wordt voldaan/kan worden voldaan dan wel de aangeboden afvalstoffen niet voldoen aan de eisen uit deze en/of eerdere overeenkomsten.

ARTIKEL 5-BEMONSTERING
5.1 De aanbieder dient ervoor zorg te dragen dat de in ontvangst te nemen partij(en) voor de inontvangstname ter plekke eenvoudig te bemonsteren is. Iedere tank, vat etc. zal apart bemonsterd moeten kunnen worden.
5.2 De ontvangstvoorziening kan besluiten voorafgaand aan de in ontvangstname van elke in ontvangst te nemen partij scheepsafvalstoffen een monster te (laten) nemen. De aanbieder is verplicht daaraan zijn medewerking te verlenen en desgevraagd het monster van zijn handtekening te voorzien.
5.3 De ontvangstvoorziening kan tijdens het overpompen van vloeistoffen een doorstroommonster uit een leiding/slang nemen. De ontvangstvoorziening biedt de aanbieder of hij/zij die gemachtigd is de aanbieder rechtens te vertegenwoordigen de gelegenheid de monstername bij te wonen. De monsters worden voorzien van een nummer, de dagtekening en de handtekening van de ontvangstvoorziening. De ontvangstvoorziening biedt een deelmonster aan de aanbieder aan.
5.4 Voor vloeibare scheepsafvalstoffen heeft een doorstroommonster dat tijdens het overpompen uit een leiding/slang is genomen, tussen partijen bewijskracht en dat monster strekt derhalve tot volledig bewijs tussen partijen.
5.5 De ontvangstvoorziening heeft het recht om aan het monster een indicatieve, kosteloze controle te doen, doch is daartoe niet verplicht.

ARTIKEL 6-DE INONTVANGSTNAME
6.1 De ontvangstvoorziening kan verlangen dat voorafgaand aan het in ontvangst nemen een veiligheidschecklist wordt ingevuld. De aanbieder is verplicht deze volledig en naar waarheid in te vullen en te ondertekenen.
6.2 De ontvangstvoorziening neemt de scheepsafvalstoffen over met daartoe geëigende middelen, waarbij de aanbieder verplicht is daartoe aan de ontvangstvoorziening gelegenheid te geven en de instructies van de ontvangstvoorziening op te volgen.
6.3 De inontvangstname geschiedt door middel van een ontvangstmiddel waarbij de partij bij andere vergelijkbare partijen scheepsafvalstoffen gevoegd wordt. Meerdere aldus in ontvangst genomen partijen worden conform het bepaalde in de vergunning van de ontvangstvoorziening krachtens de Wet Milieubeheer tezamen in het inzamelmiddel opgeslagen voordat het nader onderzoek plaatsvindt.
6.4 Levering van de scheepsafvalstoffen geschiedt door de inontvangstname. Vanaf het moment van inontvangstname zijn de scheepsafvalstoffen het eigendom van de ontvangstvoorziening en komen voor zijn risico.
6.5 Indien tijdens de inontvangstname blijkt dan wel er sterke aanwijzingen zijn dat de in ontvangst te nemen partij niet aan de vereisten in artikel 3 voldoet heeft de ontvangstvoorziening het recht de inontvangstname onmiddellijk te staken en een nader onderzoek uit te voeren. De aanbieder is verplicht de instructies daartoe van de ontvangstvoorziening onverwijld op te volgen. De overeenkomst blijft in stand voor de reeds in ontvangst genomen afvalstoffen, waarbij de artikel 8 en 10 overeenkomstige toepassing vinden. De aanbieder heeft voor de nog niet in ontvangst genomen afvalstoffen de keuze tussen de volgende mogelijkheden:
a. de aanbieder beëindigt de opdracht tot in ontvangst nemen,
b. de aanbieder geeft de ontvangstvoorziening de opdracht om aan de hand van het genomen monster eerst een nader onderzoek uit te voeren.
6.6 In de gevallen genoemd in de artikelen 3.4, 3.5 en 6.5 doet de ontvangstvoorziening van tevoren opgave van de kosten van het nader onderzoek. De kosten van het nader onderzoek en van het apart in ontvangst nemen komen voor rekening van de aanbieder.
6.7 De ontvangstvoorziening bepaalt het volume en/of gewicht van de scheepsafvalstoffen met behulp van geijkte en/of met wettelijke voorschriften in overeenstemming zijnde middelen. Het aldus door de ontvangstvoorziening bepaalde volume en/of gewicht van de scheepsafvalstoffen is tussen partijen bindend.
6.8 De aanbieder is verplicht het S-formulier met de omschrijving van de aard, de eigenschappen, de samenstelling en de hoeveelheid van de aan de ontvangstvoorziening overgedragen scheepsafvalstoffen voor akkoord te ondertekenen.
6.9 Onverminderd het bepaalde in artikel 3.3 is de aanbieder te allen tijde verplicht aan de ontvangstvoorziening gevraagd en ongevraagd nadere informatie omtrent de aard, de eigenschappen, de samenstelling en/of de herkomst van de scheepsafvalstoffen te verstrekken.

ARTIKEL 7-NADER ONDERZOEK
De ontvangstvoorziening heeft het recht een nader onderzoek uit te voeren aan iedere in ontvangst te nemen, c.q. in ontvangst genomen partij scheepsafvalstoffen.

ARTIKEL 8-AANSPRAKELIJKHEID AANBIEDER
8.1 Indien als gevolg van een niet met de werkelijkheid strokende verklaring als bedoeld in artikel 3.3 dan wel als gevolg van een onjuiste, onduidelijke, onvolledige en/of onvoldoende omschrijving de ontvangstvoorziening schade lijdt, en/of boetes, vorderingen, dwangsommen en andere maatregelen van overheidswege opgelegd worden, is de aanbieder hiervoor aansprakelijk.
8.2 Indien uit een nader onderzoek aan een in ontvangst genomen partij blijkt dat de door de aanbieder aangeboden partij scheepsafvalstoffen niet voldoet aan de vereisten in artikel 3, is de aanbieder van deze afwijkende partij het gangbare tarief voor het innemen van een andere dan in artikel 3 bedoelde scheepsafvalstoffen verschuldigd voor de ingenomen partij en al de ingenomen scheepsafvalstoffen welke door de inontvangstname verontreinigd zijn geraakt. De aanbieder is voorts gehouden de door de ontvangstvoorziening reeds verrichte werkzaamheden, gemaakte kosten en geleden schade te vergoeden.
8.3 In het in het tweede lid bedoelde geval verschaft de ontvangstvoorziening de aanbieder een schriftelijke specificatie, waarin in ieder geval is aangegeven om welke hoeveelheid het gaat, hoeveel het verwerkingstarief per eenheid te verwerken afvalstof bedraagt, hoeveel de overige kosten bedragen en naar welke daartoe bevoegde vergunninghouder de verontreinigde partij is of zal worden afgevoerd.
8.4 Indien de ontvangstvoorziening door derden, daaronder begrepen degene aan wie de scheepsafvalstoffen door de ontvangstvoorziening ter (verdere) bewaring, bewerking, verwerking of vernietiging worden toegezonden, aansprakelijk wordt gesteld voor schade als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is de aanbieder gehouden de ontvangstvoorziening ter zake te vrijwaren.

ARTIKEL 9-AANSPRAKELIJKHEID ONTVANGSTVOORZIENING
9.1 De ontvangstvoorziening is slechts aansprakelijk voor schade die aan haar opzet of grove schuld te wijten is.
9.2 De ontvangstvoorziening is nimmer gehouden tot vergoeding van schade, anders dan aan personen of zaken.
9.3 De ontvangstvoorziening is slechts gehouden om schadevergoeding te betalen tot aan het bedrag waarvoor zij krachtens haar bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering verzekerd is.

ARTIKEL 10-IN ONTVANGST NEMEN AFWIJKENDE PARTIJEN
10.1 Indien uit het nader onderzoek aan de in de artikel 3.4, 3.5 en 6.5 bedoelde partij blijkt dat deze inderdaad niet voldoet aan de in artikel 3 gestelde eisen, kan de ontvangstvoorziening de aanbieder een aanbieding doen om deze stoffen apart in ontvangst te nemen en te (doen) verwerken, maar is daartoe niet verplicht. In deze aanbieding is ten minste aangegeven om welke hoeveelheid het gaat, wat de kosten zijn en naar welke daartoe bevoegde vergunninghouder de verontreinigde partij zal worden afgevoerd. De opdracht komt tot stand nadat de aanbieder met de aanbieding heeft ingestemd.
10.2 In het geval dat de partij al (apart) in ontvangst is genomen is artikel 8 van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL 11-CONTRA-EXPERTISE
11.1 In geval bedoeld in artikel 8.2 is de aanbieder gerechtigd voor eigen rekening een contra-expertise aan het in artikel 5.3 bedoelde monster uit te laten voeren door een Sterlab erkend laboratorium. 11.2 Indien de in lid 1 bedoelde contra-expertise de bevindingen van het nader onderzoek weerlegt en het schriftelijk bewijs daarvan wordt overlegd, de ontvangstvoorziening geen behoefte heeft aan een derde onderzoek en er geen andere feiten of omstandigheden zijn die leiden tot een andere conclusie, worden uitsluitend het reguliere tarief voor het in ontvangst nemen aan de aanbieder in rekening gebracht en komen de kosten van de contra-expertise voor rekening van de ontvangstvoorziening.

ARTIKEL 12- BEREIKBAARHEID
12.1 Het ontvangstmaterieel dient zodanig opgesteld te kunnen worden dat voor het in ontvangst nemen van vloeibare, niet verpakte scheepsafvalstoffen niet meer dan 20 meter slang nodig is.
12.2 Het ontvangstmaterieel voor niet verpompbare scheepsafvalstoffen dient zodanig te kunnen worden opgesteld dat de mechanische inname apparatuur gebruikt kan worden. In andere gevallen dient de aanbieder ervoor zorg te dragen dat de scheepsafvalstoffen in goed hanteerbare, lekvrije en aan de buitenkant vrij van restanten verpakking van niet meer dan 23 kg naar het ontvangstmiddel wordt gebracht.
12.3 De in ontvangst te nemen partij scheepsafvalstoffen dient zodanig te zijn opgesteld dat deze vrij toegankelijk is en er een voorziening voor eventuele lekkage aanwezig is.

ARTIKEL 13- VERPAKKING
13.1 De in ontvangst te nemen niet verpompbare scheepsafvalstoffen dienen verpakt te zijn in een verpakking die voldoet aan de ter zake door de overheid gestelde eisen (o.a. ADNR/ADR).
13.2 Voor de in ontvangst te nemen verpompbare scheepsafvalstoffen dient een aansluiting volgens MARPOL aanwezig te zijn en dient de aansluiting inclusief de daarbij behorende leidingen geschikt te zijn voor het opzuigen met een minimale zuigcapaciteit van 4.000 liter/uur.

ARTIKEL 14 BETALING
14.1 Betaling van het onder andere, doch niet uitsluitend, in de overeenkomst en onder 3.5, 4.6, 4.7, 6 en 8 bepaalde door de ontvangstvoorziening aan de aanbieder te zenden factuur, dient zonder dat aanbieder gerechtigd is tot enige korting of verrekening, te geschieden binnen 21 dagen na factuurdatum,
- door middel van wettig betaalmiddel ten kantore van de ontvangstvoorziening.
- door overschrijving van het verschuldigde bedrag naar de bankrekening van de ontvangstvoorziening.
14.2 Na het verstrijken van 21 dagen na de factuurdatum is de aanbieder, zonder dat een ingebrekestelling noodzakelijk is, in verzuim; de aanbieder is vanaf het moment van in verzuim treden over het opeisbare bedrag een rente verschuldigd ter hoogte van de wettelijke handelsrente. Deze betalingstermijn geldt ook indien de aanbieder een vertegenwoordiger is, maar met de ontvangstvoorziening is overeengekomen in plaats de principaal de betaling te zullen verrichten. Betaling kan niet worden opgeschort om de reden dat de vertegenwoordiger van zijn principaal nog geen betaling heeft ontvangen.
14.3 In geval van liquidatie, faillissement of surséance van betaling van de aanbieder zullen de verplichtingen van de aanbieder onmiddellijk opeisbaar zijn.
14.4 Door de aanbieder gedane betalingen strekken steeds ter afdoening in de eerste plaats van alle verschuldigde rente en kosten, en in de tweede plaats van opeisbare facturen die het langst open staan, zelfs al vermeldt de aanbieder dat de voldoening betrekking heeft op een latere factuur.

ARTIKEL 15 ZEKERHEID
15.1 In de gevallen bedoeld in de artikelen 3.4, 3.5, 6.5 en 8.2 danwel indien er goede grond bestaat om te vrezen dat de opdrachtgever zijn verplichtingen niet stipt zal nakomen, is de opdrachtgever gehouden op eerste verzoek van de ontvangstvoorziening terstond genoegzame en in de door ontvangstvoorziening gewenste vorm zekerheid te stellen en deze zo nodig aan te vullen voor de nakoming van al zijn verplichtingen. Zolang de opdrachtgever daaraan niet voldaan heeft, is ontvangstvoorziening gerechtigd nakoming van al haar verplichtingen op te schorten.
15.2 Indien de opdrachtgever aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid niet binnen 14 dagen na een daartoe strekkende schriftelijke aanmaning gevolg heeft gegeven, worden al zijn verplichtingen terstond opeisbaar.

ARTIKEL 16- PARTIËLE NIETIGHEID
Indien één of meer bepalingen van deze algemene voorwaarden nietig of anderszins onverbindend is/zijn, laat dit onverlet de geldigheid van de overige bepalingen. Partijen verplichten zich alsdan (een) zodanige regeling(en) te treffen die de strekking van de onverbindende bepaling(en) zoveel mogelijk benadert.

ARTIKEL 17-TOEPASSELIJK RECHT
Op alle overeenkomsten tussen de ontvangstvoorziening en de aanbieder, alsmede op alle overeenkomsten die daarvan het gevolg mochten zijn, is Nederlands recht van toepassing.

ARTIKEL 18- FORUMKEUZE
In afwijking van de wettelijke regels voor de bevoegdheid van de burgerlijke rechter zal elk geschil tussen de aanbieder en de ontvangstvoorziening, in geval de rechtbank bevoegd is, exclusief worden beslecht door de rechtbank te Rotterdam.

ARTIKEL 19- CITEERTITEL
Deze Algemene Voorwaarden kunnen worden aangehaald als: Algemene Voorwaarden voor het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen.